Het lesprogramma

Dé Vakschool in het kort
- 1 gemeente
- 4 lesdagen
- 1 stagedag
- 1 gezamenlijk vraagstuk
- 20 collega's die, direct of indirect, bij het vraagstuk betrokken zijn
- 2 docenten per lesdag
- 2 vaste facilitators gedurende de hele opleiding
Het doel is om de manier waarop deelnemers kijken, denken, voelen en doen te verbreden.
Een uitgebreide beschrijving van de opbouw, de lesdagen, de deelnemers en de gevraagde investering lees je hieronder.
Voorafgaand aan de lesdagen
Ongeveer 8 weken voorafgaand aan de eerste lesdag starten we met een klein voorbereidingsteam. Dat kunnen een 2-tal deelnemers zijn, een secretaresse en de gemeentesecretaris of directeur.
We bespreken:
· Het vraagstuk
· Het gewenste resultaat
· De locatie
· De faciliteiten
· De deelnemer
· De docenten
· De materialen ter inspiratie
· De praktische ondersteuning

Ook nodigen we gasten uit voor het avondprogramma van dag 2 en bekijken we welke stageplekken beschikbaar zijn.
De stagedag is een vast onderdeel van Dé Vakschool. De stage vindt plaats tussen dag 3 en dag 5 bij een maatschappelijke organisatie in de eigen gemeente.
Tijdens de stage:
· Krijgen cijfers, rapporten en dossiers een menselijk gezicht
· Zien je vanuit de praktijk waar knelpunten en kansen liggen
· Bouw je aan een netwerk en aan vertrouwen
· Verklein je de afstand tussen beleid en uitvoering
De vier lesdagen kennen een vast ritme;
Via de geschiedenis naar het vraagstuk dat voorligt, oefenen met verbinding maken en feit en fictie uit elkaar kunnen halen. Daarna het echte werk, wat verandert er nu? Tijdens de stagedag mag je even uit je eigen comfortzone stappen en op de laatste dag zetten we gezamenlijk onze eigen morele kompas op het noorden.
Dag 1
De gemeente als democratisch ambacht
Om vooruit te kunnen kijken, beginnen we bij het verleden. Waarom zijn gemeenten eigenlijk ontstaan? Welke rol hadden ze vroeger? En wat daarvan is vandaag nog steeds belangrijk? We beginnen met kijken naar de geschiedenis van gemeenten: van de Romeinen en de eerste stadsrechten tot Thorbecke en de moderne tijd. We ontdekken dat er in de kern weinig is veranderd: dat het nog steeds draait om samen verantwoordelijkheid nemen voor het publieke belang.
Daarna kijken we naar de gemeente van vandaag. Hoe werken de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie samen? Welke rol hebben de griffie, de gemeentesecretaris, adviesraden, participatieorganen en maatschappelijke partners? En hoe werk je professioneel in het spanningsveld tussen politiek, bestuur, uitvoering en samenleving? Juist in deze omgeving komt ambtelijk vakmanschap tot zijn recht. Een goede gemeenteambtenaar begrijpt hoe de bestuurlijke verhoudingen werken. En weet ook hoe zorgvuldig, onafhankelijk en vanuit de bedoeling te handelen.
Door de geschiedenis te begrijpen, herkennen we beter welke patronen ons vandaag nog beïnvloeden. Daardoor zien we ook beter welke keuzes we zelf kunnen maken.

Reflectievragen
Wat betekent het voor mij, als
gemeenteambtenaar, om te werken binnen dit systeem?
Wat heb ik nodig om het vraagstuk goed te
dienen én rechtvaardig en zorgvuldig te handelen?
Dag 2
Mythes ontkrachten en verbinding maken
Het vakmanschap boven de systemen zetten
Een maatschappelijk vraagstuk los je niet alleen op met regels, procedures of afspraken tussen afdelingen. Daarvoor is vakmanschap en professionele ruimte nodig, en ook de moed om steeds weer terug te keren naar het oorspronkelijke doel. We leren naar het hele systeem te kijken. Beleid, uitvoering, bestuur en samenleving zijn met elkaar verbonden.
Met het principe The Whole System in the Room leren we het vraagstuk vanuit verschillende perspectieven bekijken. We kijken dus niet alleen vanuit onze eigen functie of afdeling.
· We onderzoeken daarom:
· Welke regels zijn echt nodig?Welke regels zijn helpend?
· Waar kunnen we ruimte maken?
· Hoe kunnen we zorgvuldig blijven handelen vanuit ons eigen morele kompas?
Door vanuit het gezamenlijke belang te werken, ontstaat een andere manier van samenwerken. Deelnemers leren niet alleen anders naar hun eigen rol te kijken. Ze leren ook hoe ze samen, over afdelingen en organisatiegrenzen heen, een vraagstuk verder kunnen brengen. Maatschappelijke vraagstukken vragen niet om nóg meer systemen. Ze vragen om goed vakmanschap.

ReflectievragenWanneer verschuil ik me achter een regel? Wat vraagt het vraagstuk vandaag van mij,
los van mijn functie of afdeling? ______________ Dag 2 heeft ook een avondprogramma waarvoor gasten worden uitgenodigd.
Dag 2 heeft ook een avondprogramma waarvoor gasten worden uitgenodigd.
Dag 3
Van inzicht naar doorbraak
Anders denken én anders doen
Na twee dagen van leren, ontmoeten en anders kijken, brengen we alles samen in de praktijk.
Het vraagstuk staat centraal. We bekijken het niet meer alleen vanuit bestaande rollen, structuren of oplossingen. We beginnen bij de vraag: wat is hier werkelijk nodig?
Samen werken we aan een nieuwe aanpak. Niet vanuit een vaste projectstructuur of eindeloze overlegtafels, maar vanuit het geheel. Deelnemers brengen hun kennis, ervaringen en perspectieven samen. Zo ervaren ze wat er gebeurt als beleid, uitvoering, bestuur en samenleving niet na elkaar, maar samen werken. De docenten en facilitators begeleiden het proces. Ze delen nieuwe kennis, stellen vragen, dagen deelnemers uit en helpen om patronen zichtbaar te maken.
We onderzoeken:
· Welke manier van werken houdt het vraagstuk nu tegen?
· Welke aannames kunnen we loslaten?
· Wat wordt mogelijk als we opnieuw kijken naar wat wél kan?
Aan het einde van deze dag is het vraagstuk daadwerkelijk in beweging gebracht. Er zijn nieuwe inzichten, concrete vervolgstappen en een gezamenlijke richting. Deelnemers ervaren ook wat deze manier van werken vraagt en oplevert, namelijk meer vertrouwen, vakmanschap en eigenaarschap.
We bereiden ons voor op de stagedag. Wat mag je daar halen en wat kan je brengen? Waar zie je tegenop en waar kijk je naar uit?

Reflectievragen
· Welke manier van werken helpt ons niet meer om ons doel te bereiken? Wat moeten we daarom loslaten?
· Wat ga ik vanaf morgen anders doen om het gezamenlijke vraagstuk verder te brengen?
Dag 4
Ambtelijk vakmanschap: hoe organiseren we lef?
De afgelopen weken hebben we het vraagstuk op hele andere manieren benaderd. We hebben ervaren wat er gebeurt als we andere perspectieven toevoegen en vanuit vertrouwen werken. We hebben ook ontdekt hoe ons vakmanschap groeit als we verbonden blijven met elkaar, de organisatie en de samenleving.
De laatste lesdag is tegelijk het begin van een nieuwe manier van samenwerken. We oefenen met wat we hebben geleerd en maken het praktisch. Het goede doen in plaats van alleen onze routine volgen. Ruimte maken voor wat wél kan. Dat vraagt nadenken en plannen smeden over waar we mee willen stoppen en hoe deze manier van samen werken zo normaal mogelijk maken.
Dat vraagt om lef.
We onderzoeken welke dingen ons in de praktijk weer terugbrengen naar de oude manier van werken. Denk aan:
· De drukte van alledag;
· Risico's willen vermijden;
· Politieke gevoeligheid;
· Hiërarchie;
· De behoefte aan zekerheid;
· De gedachte: "zo doen we het nu eenmaal".
Juist daar komt het ambtelijk vakmanschap om de hoek kijken.
Het gaat er niet om regels zomaar naast ons neer te leggen. Het gaat erom dat we de regels begrijpen, de bedoeling duidelijk maken en met goed onderbouwde alternatieven komen.
We oefenen daarom met het LEF!beraad.
Dit beraad is niet bedoeld om elkaar snel advies te geven. We onderzoeken samen wat nodig is om het goede te doen. We kijken kritisch naar onze aannames en zoeken naar de kleinst mogelijke eerste stap waarmee we lef tonen.
Zo ontstaat een netwerk van vakmensen die elkaar ook na Dé Vakschool weten te vinden als het spannend wordt. Want ambtelijk lef houd je alleen vast als je het samen organiseert.

Reflectievragen
· Stel dat je vandaag opnieuw de eed of belofte aflegt. Wat beloof je dan aan jezelf?
· Op welke momenten val ik terug op de veiligheid van systemen? Wat ga ik dan anders doen?
De facilitators zijn vanaf het eerste gesprek tot en met de evaluatie na afloop beschikbaar voor ondersteuning. De locatie van Dé Vakschool is altijd een plek binnen de eigen gemeente.
